ECLI:NL:CRVB:2014:1510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.M. Overbeeke
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en op geld waardeerbare activiteiten
Appellant ontving bijstand sinds november 2005 en gaf vanaf 2008 aan percussielessen te geven en een eigen bedrijf te zijn gestart. Het college beëindigde de bijstand in 2010 wegens voldoende inkomsten uit zelfstandige activiteiten. Een onderzoek toonde aan dat appellant naast bekende bankrekeningen een onbekende girorekening had met regelmatige stortingen en dat hij ruimere activiteiten ontplooide dan gemeld, zoals het geven van lessen, workshops en de verkoop van djembé-drums.
Het college herzag en trok de bijstand over de periode november 2005 tot januari 2010 in vanwege het niet nakomen van de inlichtingenverplichting. Appellant voerde aan dat de girorekening hem was ontschoten en dat zijn activiteiten hobbymatig waren, maar dit werd niet gevolgd. De Raad oordeelde dat appellant verplicht was alle relevante feiten te melden en dat zijn activiteiten op geld waardeerbare werkzaamheden betroffen.
Omdat appellant geen administratie bijhield, kon niet worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. Hierdoor was het college bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting en het verrichten van op geld waardeerbare activiteiten.