ECLI:NL:CRVB:2014:1550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- J.S. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen langdurig bijstand, maar na een melding van een hennepplantage onder hun woning en aanwijzingen over verblijf in het buitenland startte het dagelijks bestuur een onderzoek. Dit leidde tot blokkering van de bijstand vanaf december 2009 en later tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van juli 2005 tot juni 2010 wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De Raad oordeelt dat de blokkering niet onredelijk lang heeft geduurd gezien de complexiteit van het onderzoek en de verstrekte informatie. Het onderzoek was gerechtvaardigd en proportioneel, mede gezien de aangetroffen hennepplantage en onduidelijkheden over inkomsten en verblijf.
Appellanten hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij recht hadden op bijstand in de bestreden periode. Zij hebben belangrijke gegevens zoals bezit van meerdere auto's, een motorboot, stacaravan, vakanties in Spanje en kasstortingen niet of onvolledig opgegeven. De Raad verwerpt het verweer dat zij geen toegang hadden tot de hennepplantage en oordeelt dat de onderzoeksbevindingen een toereikende grondslag vormen voor de intrekking en terugvordering.
Ook het beroep dat appellant ontoerekeningsvatbaar is en daarom niet teruggevorderd kan worden, wordt verworpen omdat geen dringende reden voor kwijtschelding is aangetoond. De Raad bevestigt daarom de bestreden uitspraken van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en wijst het hoger beroep af.