ECLI:NL:CRVB:2014:1557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- E.W. Akkerman
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ANW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante vroeg een nabestaandenuitkering aan na het overlijden van haar echtgenoot, waarbij zij stelde arbeidsongeschikt te zijn. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat zij niet voldeed aan de arbeidsongeschiktheidseis van de ANW. Diverse medische rapporten en bezwaarprocedures volgden, waarbij ClientFirst en later het UWV betrokken waren voor onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat appellante minder dan 45% arbeidsongeschikt was, waardoor de weigering van de uitkering gerechtvaardigd was. Appellante ging in hoger beroep tegen het standpunt dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven, met name vanwege de representativiteit van het onderzoek en de arbeidskundige onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad vond het medisch onderzoek en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) juist en voldoende onderbouwd, ook ondanks de tijdspanne van drie jaar tussen de datum in geding en het onderzoek. De arbeidskundige motivering was eveneens toereikend om aan te tonen dat appellante in staat was tot de aangeduide werkzaamheden. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de ANW-uitkering omdat appellante niet arbeidsongeschikt is in de zin van de ANW.