ECLI:NL:CRVB:2014:1558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling WAO-uitkering met arbeidsongeschiktheid van 45-55%
Appellante, die een WAO-uitkering ontving, maakte melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid vanaf 26 november 2009. Na een Amber-beoordeling in 2011 werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 80 tot 100%. Een herbeoordeling in 2012 leidde tot een verlaging van haar uitkering naar 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid.
Appellante maakte bezwaar tegen deze verlaging, stellende dat het UWV geen zorgvuldige medische beoordeling had verricht en dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen. Ook betwistte zij de geschiktheid van de geselecteerde functies en de vaststelling van het maatmanloon en dagloon.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar liet haar betoog over het dagloon vallen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen en functies juist waren vastgesteld.
De Raad benadrukte dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende informatie had, onder meer over medicatie en klachten, en dat de door appellante ingebrachte verklaringen geen aanleiding gaven tot een andere beoordeling. De geselecteerde functies werden medisch geschikt geacht en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.