ECLI:NL:CRVB:2014:1567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand op grond van buitenwettelijk begunstigend beleid
Appellante, die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van rechtsbijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees deze aanvraag af omdat appellante over voldoende middelen zou beschikken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het bestreden besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen. De rechtbank oordeelde dat bijstand met terugwerkende kracht alleen kan worden verleend tot 1 januari van het lopende kalenderjaar, conform het buitenwettelijk begunstigend beleid van het college.
Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat het beleid onredelijk is omdat het aanvragen van bijzondere bijstand voor kosten die in het voorgaande jaar zijn gemaakt, onmogelijk wordt gemaakt. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beleid als buitenwettelijk begunstigend beleid moet worden aangemerkt en dat toetsing beperkt is tot de consistente toepassing ervan. De Raad kan niet beoordelen of het beleid onredelijk is of de grenzen van redelijkheid overschrijdt.
Daarom wees de Raad het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 mei 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijzondere bijstandaanvraag en wijst het hoger beroep af.