ECLI:NL:CRVB:2014:1582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- J.J.A. Kooijman
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag en minimale uitkeringsregeling na weigering detachering en verbetertraject
Appellant was werkzaam als inspecteur bij de voormalige Arbeidsinspectie en kreeg in 2009 te maken met zorgen over zijn functioneren. Na herhaalde gesprekken en een voorstel tot detachering bij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, welke appellant weigerde, werd een verbetertraject gestart dat appellant eveneens afwees. Vervolgens werd besloten tot ontslag op grond van artikel 99 van Pro het Algemeen Rijksambtenarenreglement, met een uitkeringsregeling op minimumniveau.
Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van de uitkering en stelde dat de minister een overwegend aandeel had in de situatie die tot het ontslag leidde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat de minister voldoende inspanningen heeft geleverd door detachering en verbetertraject aan te bieden en dat appellant deze zonder gegronde reden heeft geweigerd.
De Raad wijst de beschuldigingen van pesten en intimidatie door de leidinggevende af, omdat het aanspreken op functioneren en het zoeken naar oplossingen binnen de normale leidinggevende taken valt. Er is geen noodzaak om de functie aan te passen aan de capaciteiten van appellant of een nieuwe functie te creëren. De uitkeringsregeling op minimumniveau is daarmee passend en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag met uitkeringsregeling op minimumniveau wordt bevestigd.