ECLI:NL:CRVB:2010:BO8173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- B.J. van de Griend
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Eervol ontslag wegens impasse met verlenging minimale uitkeringsregeling
Appellant was sinds 1998 werkzaam bij de gemeente en werd in 2000 benoemd tot hoofd van de afdeling Welzijn. Vanaf 2004 ontstond kritiek op zijn functioneren, wat leidde tot gesprekken en een memo van de leidinggevende. De gemeentesecretaris concludeerde in 2005 een gebrek aan vertrouwen en stelde dat terugkeer naar de afdeling niet mogelijk was. Herplaatsing binnen de gemeente werd als niet reëel beschouwd, waarna appellant buitengewoon verlof kreeg en outplacement werd aangeboden, wat slechts tot tijdelijke detachering leidde.
De rechtbank oordeelde dat het college een overwegend aandeel had in de impasse, maar dat de minimale uitkeringsregeling redelijk was gezien de inspanningen van het college en de lange duur van het verlof. Appellant betoogde in hoger beroep dat het ontslag onjuist was en vroeg om opschorting van de ontslagdatum en toepassing van de kantonrechtersformule, wat werd afgewezen.
De Raad stelde vast dat het college bevoegd was tot ontslag op grond van een impasse en dat een minimale uitkeringsregeling minimaal vereist is. Echter, de Raad vond dat de geboden faciliteiten onvoldoende compensatie boden voor het aandeel van het college in de impasse. Daarom werd de minimale regeling verlengd met anderhalf jaar. Proceskosten en griffierechten werden aan appellant toegekend.
Uitkomst: De minimale uitkeringsregeling wordt met anderhalf jaar verlengd wegens het overwegend aandeel van het college in de impasse.