Uitspraak
OVERWEGINGEN
15 november 2012 en een besluit van 25 februari 2013 tot toekenning aan haar van een (Wajong)-uitkering op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten met ingang van 12 april 2013.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een werkleeraanbod en inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ) van het college van burgemeester en wethouders van Heerlen. Zij werd uitgenodigd voor gesprekken op 11 en 25 februari 2011, maar verscheen zonder bericht van verhindering niet. Het college trok daarop het werkleeraanbod en de inkomensvoorziening met ingang van 11 februari 2011 in.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. Appellante voerde onder meer aan dat zij niet verplicht was tot een nader gesprek en dat haar psychische problematiek haar verzuim verklaarde. De Raad oordeelde dat het gesprek noodzakelijk was om actuele informatie te verkrijgen en dat appellante haar medewerkingsplicht had geschonden.
De psychische problematiek van appellante, vastgesteld na het besluit, bood onvoldoende grond om haar verzuim niet te verwijten. Ook het college hoefde geen aanvullend onderzoek te doen naar haar beperkingen. De intrekking van de inkomensvoorziening was terecht, aangezien de uitzondering voor niet-verwijtbare omstandigheden niet van toepassing was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van het werkleeraanbod en de inkomensvoorziening bevestigd.