ECLI:NL:CRVB:2014:160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bruto terugvordering WW-uitkering wegens te late melding werkhervatting
Appellante ontving een WW-uitkering over de periode van 1 augustus 2011 tot en met 1 januari 2012 waarop zij geen recht had. Het UWV heeft deze uitkering ingetrokken en het bedrag van €12.881,52 bruto teruggevorderd. Appellante voerde aan dat het bedrag netto had moeten worden teruggevorderd omdat zij tijdig haar werkhervatting had gemeld.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het bedrag terecht bruto mocht terugvorderen omdat appellante pas bijna vijf maanden na de eerste onterechte betaling melding maakte van de situatie. Het UWV hanteert het beleid dat terugvordering netto kan plaatsvinden als binnen een redelijke termijn na ontvangst melding wordt gemaakt en het bedrag direct wordt terugbetaald.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en voegt toe dat het niet reageren van het UWV op de eerdere meldingen van appellante niet tot een andere uitkomst leidt. Appellante had haar bankafschriften moeten controleren en eerder moeten reageren. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de bruto terugvordering van de WW-uitkering bevestigd.