ECLI:NL:CRVB:2014:161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand over de periode 2001-2009 en woonde op een adres waar hennepkwekerijen werden aangetroffen. Het college startte een onderzoek en trok de bijstand over meerdere perioden in vanwege het niet melden van de hennepkwekerijen. Appellant stelde dat de hennep uitsluitend voor medisch eigen gebruik was en dat hij geen financieel voordeel had genoten.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de hennep uitsluitend voor medisch gebruik was en wees op tegenstrijdige verklaringen. De Raad bevestigde dat het kweken van hennep op deze schaal een feit is dat invloed heeft op het recht op bijstand. Tevens werd het argument van appellant dat hij geen opbrengsten had niet geaccepteerd vanwege het ontbreken van een deugdelijke administratie.
Verder werd de verkoop van 16 hennepplanten aan een derde bevestigd, wat appellant niet ontkende. De Raad concludeerde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van hennepkwekerijen.