ECLI:NL:CRVB:2020:1809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering individuele inkomenstoeslag wegens inkomsten uit hennepteelt
Appellant heeft op 8 februari 2017 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag op grond van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Dongen wees deze aanvraag af omdat appellant in de referteperiode van 36 maanden meer inkomsten dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm zou hebben genoten, onder andere door inkomsten uit een hennepkwekerij.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de hennepkwekerij slechts kort bestond en geen opbrengst had, en dat zijn inkomen daarom niet hoger was dan 120% van de bijstandsnorm. De Raad oordeelde dat de aanwezigheid van een hennepkwekerij de veronderstelling rechtvaardigt dat de opbrengst aan appellant ten goede is gekomen, ook als er nog geen oogst was.
Appellant heeft deze stelling niet met verifieerbare gegevens onderbouwd en heeft daarmee niet aannemelijk gemaakt dat zijn inkomen binnen de norm viel. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag omdat appellant zijn inkomen niet aannemelijk heeft gemaakt onder de 120% bijstandsnorm.