ECLI:NL:RBZWB:2023:1214
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens hennepteelt
Eiser ontvangt sinds 2006 een WIA-uitkering en toeslag op grond van de Toeslagenwet. Op 16 januari 2021 is in zijn huurwoning een hennepkwekerij aangetroffen met minimaal 300 planten. Eiser heeft erkend eigenaar te zijn van de kwekerij en inkomsten uit de hennepteelt niet gemeld aan het UWV.
Het UWV heeft op 15 maart 2022 besluiten genomen tot herziening van de WIA-uitkering en toeslag over de periode 7 november 2020 tot en met 17 januari 2021, met terugvorderingen van respectievelijk € 2.652,74 en € 385,80. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat ongegrond werd verklaard. Hiertegen is beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. De schending van de inlichtingenplicht door eiser, het ontbreken van bewijs dat hij geen inkomsten had, en het feit dat het UWV de inkomsten schattenderwijs mocht vaststellen, maken de herziening en terugvordering terecht. Eiser stelde dat de terugvordering een strafmaatregel is en dat hij mogelijk strafrechtelijk vrijgesproken wordt, maar dit doet niet af aan de bestuursrechtelijke beoordeling.
De rechtbank wijst erop dat de strafzaak losstaat van deze bestuursrechtelijke procedure. Ook is geen sprake van dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de WIA-uitkering en toeslag wordt ongegrond verklaard.