ECLI:NL:CRVB:2014:1620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken jonggehandicapte status
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan op basis van zijn medische situatie en arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde op grond van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant duurzaam benutbare mogelijkheden heeft en niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel degelijk jonggehandicapt was, mede op basis van een psychiatrisch rapport dat een gegeneraliseerde angststoornis vaststelde. Het UWV en de Raad stelden echter dat dit onvoldoende bewijs bood voor een medische beperking op de relevante leeftijd en dat appellant ook na zijn 22e levensjaar heeft gewerkt en opleidingen heeft gevolgd.
De Raad concludeerde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was en dat appellant niet voldeed aan de criteria van artikel 2:3 van Pro de Wet Wajong. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een Wajong-uitkering omdat hij niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt.