ECLI:NL:CRVB:2014:1625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op GBA-adres
Appellante ontving studiefinanciering voor een uitwonende studerende in 2012, maar de Minister herzag dit omdat zij niet woonde op het opgegeven GBA-adres. Na een huisbezoek concludeerden controleurs dat zij niet op dat adres woonde. De Minister herzag de studiefinanciering en legde een boete op.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij tot 11 augustus 2012 wel op het GBA-adres woonde, ondersteund door verklaringen van haar broer en een buurvrouw. De rechtbank wees het beroep af, stellende dat de verklaringen onvoldoende objectief bewijs waren en dat het appartement niet geschikt was voor bewoning door twee personen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de Minister terecht uitging van het wettelijk vermoeden dat de studerende vanaf de laatste adreswijziging in de GBA niet woonde op het adres. Appellante slaagde er niet in onomstotelijk bewijs te leveren dat zij daadwerkelijk op het GBA-adres woonde in de betwiste periode. De Raad oordeelde dat de herziening en boete rechtmatig waren en dat het beroep ongegrond was.
Uitkomst: De herziening van de studiefinanciering en de boete worden bevestigd omdat appellante onvoldoende bewijs leverde dat zij op het GBA-adres woonde.