ECLI:NL:CRVB:2014:1646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek bijstand op grond van WWB wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft bij het college een verzoek ingediend tot herziening van een eerder besluit waarbij bijstand werd toegekend over de periode van 11 november 2004 tot en met 25 juli 2005. Hij stelde dat de bijstand voortgezet moest worden vanaf 25 juli 2005 omdat hij als dakloze in Rotterdam verbleef. Het college wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die herziening rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat het verzoek ook moest worden opgevat als een aanvraag om bijstand met terugwerkende kracht en dat er wel degelijk nieuwe feiten waren. De Raad oordeelde dat het verzoek slechts een herzieningsverzoek betrof en dat het eerdere besluit in rechte onaantastbaar was geworden.
De Raad stelde dat de door appellant overgelegde verklaringen weliswaar na het eerdere besluit waren gedateerd, maar betrekking hadden op feiten die al bij appellant bekend waren ten tijde van het besluit. Daarom was geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het herzieningsverzoek wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.