Uitspraak
“Resume
Advies
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.010,-;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 466,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene trad op 1 maart 2008 in dienst bij [naam B.V.] als salesmanager. Kort daarna werd het bedrijf failliet verklaard. Betrokkene ontving WW- en ZW-uitkeringen, die later door het UWV werden ingetrokken wegens vermoedens van een gefingeerd dienstverband.
Uit onderzoek en rapporten van de Directie Handhaving van het UWV bleek dat betrokkene geen daadwerkelijke werkzaamheden zou hebben verricht en dat het dienstverband niet zou zijn geëffectueerd. Dit leidde tot terugvordering van de uitkeringen. Betrokkene tekende bezwaar aan en de rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, oordeelde dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en vernietigde het besluit tot intrekking.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad overwoog dat ondanks het faillissement en de beperkte werkzaamheden, de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tot stand was gekomen. De criteria van persoonlijk arbeid verrichten, gezagsverhouding en loonbetaling waren vervuld. Het UWV had onvoldoende feiten aangevoerd om het tegendeel te bewijzen. Het hoger beroep van het UWV werd daarom verworpen en de kosten werden aan het UWV opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep van het UWV wordt verworpen; betrokkene stond in privaatrechtelijke dienstbetrekking en intrekking van uitkeringen was onterecht.