ECLI:NL:CRVB:2014:1697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget door Zorgkantoor aan erven
Betrokkene ontving zorg via de AWBZ en kreeg een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend. Het Zorgkantoor stelde het pgb voor 2010 vast op €37.040,79, lager dan het beschikbare budget van €43.925,25, waardoor een bedrag van €6.884,46 werd teruggevorderd. Daarnaast bracht het Zorgkantoor een factuur van €15.324,23 in rekening bij de erven.
De erven maakten bezwaar tegen deze factuur, stellende dat een bedrag van €1.056,10, dat was verrekend met een voorschotbetaling voor april 2010, niet in mindering was gebracht. Het Zorgkantoor handhaafde de factuur en vorderde het bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Raad bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het Zorgkantoor terecht het bedrag van €1.056,10 als schuld aanmerkte, omdat dit bedrag onderdeel was van de voorschotten die het Zorgkantoor aan betrokkene had betaald, inclusief een schuld uit 2009 die met een voorschot in 2010 was verrekend.
De Raad wees een verzoek tot benoeming van een deskundige af en concludeerde dat de financiële gegevens voldoende inzicht boden. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de erven een bedrag van €1.056,10 aan het Zorgkantoor verschuldigd zijn.