ECLI:NL:CRVB:2014:1758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding ondanks medische omstandigheden
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om haar persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden in te trekken en om te zetten in zorg in natura. Dit bezwaar werd echter na de wettelijke termijn van zes weken ingediend, waarna het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij door medische omstandigheden niet tijdig bezwaar kon maken.
In hoger beroep stelde appellante dat haar termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege ernstige gezondheidsproblemen, waaronder een depressie, hartklachten en andere aandoeningen, ondersteund door medische verklaringen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij gedurende de bezwaartermijn niet in staat was om hulp in te schakelen om tijdig bezwaar te maken.
De Raad benadrukte dat, ook bij medische beperkingen, van een persoon mag worden verlangd dat hij of zij voorzieningen treft, bijvoorbeeld door derden in te schakelen, om de risico's van termijnoverschrijding te voorkomen. Het feit dat appellante was verhuisd en geen beroep kon doen op haar zus als zorgverleenster was onvoldoende om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.