ECLI:NL:CRVB:2014:1767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding in AWBZ-indicatie
Appellant ontving op 15 juli 2010 een indicatiebesluit van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) voor zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit met een bezwaarschrift gedateerd 15 augustus 2011, maar dit werd pas op 24 april 2012 ontvangen, ruim na de wettelijke termijn.
Het CIZ verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank Oost-Nederland bevestigde dit oordeel en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij eerder bezwaar had ingediend of dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door een gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis belemmerd was in zijn contacten met de buitenwereld, waardoor tijdig bezwaar maken niet mogelijk was. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen, mede omdat appellant regelmatig contact had met een predikant die brieven voor hem kon versturen.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het AWBZ-indicatiebesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.