ECLI:NL:CRVB:2014:1819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herroeping besluiten bijstand na gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college trok deze in wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding. Na meerdere aanvragen om bijstand werden besluiten genomen die appellante deels niet in behandeling werden genomen of werden afgewezen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de eerste aanvraag ten onrechte niet in behandeling was genomen vanwege mogelijke vertraging in postbezorging. De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat de brief tijdig was verzonden en appellante onvoldoende feiten had gesteld om dit te betwijfelen.
Voor de tweede aanvraag oordeelde de Raad dat het college naliet om nader onderzoek te doen naar de woonsituatie van appellante, terwijl zij had gesteld niet samen te wonen. Dit was in strijd met zorgvuldigheids- en motiveringseisen, waardoor het besluit werd vernietigd en herroepen. De derde aanvraag was achteraf overbodig en het besluit daarop werd eveneens vernietigd.
De Raad veroordeelde het college in de proceskosten en bepaalde dat appellante vanaf 14 december 2010 bijstand toekomt. De overige bestreden besluiten werden bevestigd.
Uitkomst: Het college moet de besluiten over bijstand van 14 en 30 december 2010 herroepen en appellante bijstand verlenen vanaf 14 december 2010.