ECLI:NL:CRVB:2014:1873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant had een loongerelateerde WGA-uitkering gekregen wegens volledige arbeidsongeschiktheid op arbeidskundige gronden. Hij verzocht het UWV zijn uitkering te wijzigen naar een IVA-uitkering, die wordt toegekend bij duurzame arbeidsongeschiktheid. Na onderzoek door een verzekeringsarts en het inwinnen van medische informatie van behandelend specialisten concludeerde het UWV dat de beperkingen van appellant niet duurzaam waren en dat verbetering mogelijk bleef.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen aanwijzingen waren dat de artsen van het UWV onjuist hadden geoordeeld. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat onvoldoende was gemotiveerd waarom zijn beperkingen niet duurzaam zijn, en dat hij inmiddels niet meer behandeld werd omdat dat niet zinvol was.
De Raad oordeelde dat de beoordeling moet plaatsvinden op basis van de situatie en medische gegevens per 7 november 2011. De bezwaarverzekeringsarts had voldoende gemotiveerd dat verbetering mogelijk was door training en een mogelijke operatie. Het feit dat appellant later niet meer werd behandeld, was niet relevant voor de beoordeling van de situatie op de datum in geding.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd, waarmee het UWV terecht de IVA-uitkering weigerde.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een IVA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid op 7 november 2011 niet duurzaam was.