ECLI:NL:CRVB:2014:1903

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 juni 2014
Publicatiedatum
5 juni 2014
Zaaknummer
13-5183 AW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens griffierecht

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tegen de eerdere beslissing van 6 maart 2014 waarbij het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk was verklaard wegens het niet tijdig betalen van griffierecht.

Appellant voerde aan dat geen griffierecht verschuldigd was omdat het om een incidenteel hoger beroep ging, maar dit werd verworpen omdat het hogerberoepschrift een zelfstandig hoger beroep betrof. De Raad oordeelde vervolgens dat de gemachtigde van appellant niet in verzuim was geweest en dat het griffierecht inmiddels was betaald.

Op grond hiervan verklaarde de Raad het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring verviel en het onderzoek werd voortgezet. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, op 5 juni 2014.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het hoger beroep wordt ontvankelijk verklaard nu het griffierecht is betaald.

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 juni 2014
13/5183 AW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 13 augustus 2013, 12/79 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
en
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Minister)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 6 maart 2014 heeft de Raad het namens appellant door mr. A.A.M. van der Zandt ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellant heeft mr. Van der Zandt verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 6 maart 2014 berust op de overwegingen dat het voor het instellen van het hoger beroep verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellant niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift is betoogd dat geen griffierecht is verschuldigd, omdat sprake is van een incidenteel hoger beroep. Dit betoog slaagt niet. De bewoordingen van het hogerberoepschrift, waarin onder meer wordt verzocht het hoger beroep van appellant gevoegd te behandelen met het hoger beroep van de Minister, laten geen andere conclusie toe dan dat sprake is van een zelfstandig hoger beroep van appellant.
Op grond van hetgeen in het verzetschrift verder is aangevoerd, is de Raad thans echter wel van oordeel dat (de gemachtigde van appellant) niet in verzuim is geweest. Nu het griffierecht inmiddels is betaald, moet het verzet daarom gegrond worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 6 maart 2014 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is in dit geval geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
5 juni 2014.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

HD