ECLI:NL:CRVB:2014:1923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging bijstand wegens niet-levensvatbaar bedrijf webwinkel en galerie
Appellant vroeg bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) 2004 voor zijn webwinkel in kunstwerken. Na een initiële toekenning van zes maanden bijstand, vroeg hij verlenging aan. Het college wees deze af omdat het bedrijf niet levensvatbaar was, gebaseerd op een advies van het Bureau Zelfstandigen en Kunstenaars en een rapportage van een begeleidingsbureau.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de fysieke galerie de levensvatbaarheid aantoonde, mede door een verkochte kunstwerk tijdens een kunstroute en een toegezegde werkcheque. De Raad oordeelde dat louter eigen verwachtingen onvoldoende zijn en dat de werkcheque niet relevant is voor de levensvatbaarheid.
De Raad vond het college terecht uitgegaan van het advies van het bureau, dat zorgvuldig tot stand was gekomen. Er waren geen concrete aanwijzingen dat het advies onzorgvuldig was. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlenging van de bijstand wordt afgewezen omdat het bedrijf niet levensvatbaar is gebleken.