ECLI:NL:CRVB:2014:1937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagrechtelijke beslissing wegens onterecht ontslag en onjuiste herplaatsingsaanwijzing
Appellante was in dienst bij de rechtbank Rotterdam en werd aangewezen als herplaatsingskandidaat nadat haar functie feitelijk was komen te vervallen. De werkzaamheden werden overgeheveld naar het Studiecentrum Rechtspleging (SSR). Het bestuur bood appellante een passende functie aan bij de SSR, maar de samenwerking verliep moeizaam. Het bestuur verleende ontslag wegens weigering een passende functie te aanvaarden en wegens verlies van vertrouwen.
De Centrale Raad oordeelt dat het samenstel van werkzaamheden van appellante feitelijk is verdwenen, waardoor de aanwijzing als herplaatsingskandidaat terecht was. Het ontslag op grond van weigering een passende functie te aanvaarden wordt echter verworpen, omdat appellante bereid was tot het verrichten van werkzaamheden bij de SSR en het bestuur geen vertrouwen had in een vruchtbare samenwerking.
Ook het subsidiaire ontslag wegens verlies van vertrouwen wordt afgewezen, omdat het bestuur appellante onvoldoende heeft voorgelicht en appellante niet verplicht was tot mediation. De Raad vernietigt het ontslagbesluit en herroept het ontslag, wijst het verzoek tot schadevergoeding af, en veroordeelt het bestuur in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wordt vernietigd en het besluit herroepen wegens onterecht ontslag.