ECLI:NL:CRVB:2014:1972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij intrekking WWB-bijstand
Appellant ontving bijstand naar de norm voor gehuwden samen met zijn toenmalige partner, G. Na een echtscheidingsaanvraag en verhuizing van G startte het college een heronderzoek naar het recht op bijstand. Vervolgens werd de bijstand van appellant ingetrokken vanaf 26 april 2012, omdat hij duurzaam gescheiden leefde. Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, omdat hij niet op de hoogte was van het heronderzoek en de intrekking, mede door begeleiding van een maatschappelijke opvang en communicatie via zijn ex-partner. De Raad beoordeelde dit en concludeerde dat appellant zijn adreswijziging niet tijdig had doorgegeven, terwijl hij daartoe verplicht was volgens de WWB.
De Raad oordeelde dat de omstandigheden van appellant onvoldoende waren om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen. Vertrouwen op derden of brieven aan G kon dit niet rechtvaardigen. Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van bijstand is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.