ECLI:NL:CRVB:2014:2034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding bezit onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1986 en vanaf 2003 aanvullend op hun AOW-pensioen. Naar aanleiding van vermoedens over bezit van onroerend goed in Turkije, stelde de gemeente Hengelo een onderzoek in. Dit leidde tot de ontdekking dat appellanten eigenaar waren van een woning met twee appartementen, waarvan één werd verhuurd.
Het college trok de bijstand in over de periode 1 juli 1997 tot 1 juni 2009 en vorderde €79.700,- terug wegens niet-melding van het bezit en huurinkomsten. De rechtbank stelde de terugvordering vast op €76.470,83 vanwege een onjuiste huurperiodeberekening. Appellanten voerden aan dat zij het bezit hadden gemeld en dat de woningwaarde lager was dan vastgesteld.
De Raad oordeelt dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden omdat zij het bezit niet hebben gemeld op de vereiste formulieren. De door appellanten aangevoerde lagere waarde van de woning is onvoldoende onderbouwd met objectieve, verifieerbare stukken. De taxatie door de Nederlandse ambassade en bevestiging door een onafhankelijk bureau zijn betrouwbaar.
De Raad bevestigt dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. De vaste gedragslijn van het college, waarbij het terug te vorderen bedrag wordt gematigd tot de waarde van het onroerend goed plus huurinkomsten, is niet onaanvaardbaar. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.