ECLI:NL:CRVB:2014:2038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks betwisting appellant
Appellant en B ontvingen bijstand, waarbij B dit ontving als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van anonieme meldingen startte het college van Nijmegen een onderzoek naar mogelijke gezamenlijke huishouding. Dit leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 1 maart 2005 tot en met 31 januari 2008.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van gezamenlijke huishouding en bepaalde de terugvordering op € 49.898,46. Appellant stelde in hoger beroep dat er geen sprake was van gezamenlijk hoofdverblijf. De Raad toetste de verklaringen van appellant, B en buurtbewoners, en concludeerde dat de gezamenlijke verklaringen voldoende bewijs vormden.
De Raad verwierp het verweer dat B’s verstandelijke beperking de waarde van haar verklaring zou verminderen en dat het ontbreken van huisbezoeken in de periode in geding de terugvordering zou ondermijnen. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding bevestigd.