ECLI:NL:CRVB:2014:2058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker had bijstand ontvangen op basis van zijn opgegeven verblijf in een kelderbox zonder voorzieningen, maar het college stelde vast dat hij daar niet feitelijk verbleef en trok de bijstand in. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende bewijs van het college.
Het college ging in hoger beroep en verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening wegens financiële nood. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker inmiddels niet meer in de kelderbox woont en dat hij een nieuwe aanvraag als dakloze kan indienen.
Omdat verzoeker niet aannemelijk maakte dat hij in een ernstige financiële nood verkeert en geen spoedeisend belang bestond, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.