ECLI:NL:CRVB:2014:2097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV weigering IVA-uitkering wegens onvoldoende herstelkans
De zaak betreft het hoger beroep tegen het besluit van het UWV om aan een werknemer geen IVA-uitkering toe te kennen. Na een tussenuitspraak heeft de bezwaarverzekeringsarts aanvullende medische informatie opgevraagd bij diverse specialisten en geconcludeerd dat er een meer dan geringe kans op herstel was, wat het standpunt van het UWV ondersteunt.
Appellante en de werknemer betwisten deze conclusie en vinden dat de motivering onvoldoende is. De bezwaarverzekeringsarts heeft echter zijn standpunt gehandhaafd en de Raad stelt vast dat de medische informatie en rapportages consistent zijn en een goede onderbouwing bieden voor het oordeel van het UWV.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit van het UWV voldoende gemotiveerd is en dat het hoger beroep van appellante faalt. Desondanks vernietigt de Raad het besluit en de aangevallen uitspraak omdat het besluit pas in hoger beroep van voldoende motivering is voorzien. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante en wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om geen IVA-uitkering toe te kennen wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.