ECLI:NL:CRVB:2014:2112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- E.W. Akkerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering laattijdige Wajong-aanvraag wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellant diende een aanvraag in op grond van de Wet Wajong, stellende dat hij vanaf zijn zeventiende jaar volledig arbeidsongeschikt was door Asperger. Het UWV wees de aanvraag af op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek, dat concludeerde dat appellant toen nog in staat was om ten minste 75% van het minimumloon te verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor een ernstiger beperking. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvolledig was en vroeg om benoeming van een deskundige op het gebied van Asperger.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank, stelde vast dat appellant zijn stellingen niet objectief-medisch had onderbouwd en dat er geen aanleiding was voor aanvullend deskundigenonderzoek. Ook werd benadrukt dat bij een zeer laattijdige aanvraag het risico van onduidelijkheid over de medische situatie voor rekening van appellant komt.
De Raad bevestigde het oordeel dat de arbeidskundige beoordeling passend was en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.