ECLI:NL:CRVB:2014:224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als vrachtwagenchauffeur
Appellant was werkzaam als vrachtwagenchauffeur en meldde zich ziek vanwege klachten. Na beëindiging van het dienstverband ontving hij een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 30 november 2011 op grond van medische rapporten waarin appellant geschikt werd geacht voor zijn eigen arbeid.
Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat hij vanwege depressieve klachten en medicatie ongeschikt was, ondersteund door een diagnose van een psychiater vanaf februari 2012. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat de psychische klachten en medicatie op het moment van de beëindiging van de uitkering nog niet tot arbeidsongeschiktheid leidden.
De Raad concludeerde dat de informatie van de psychiater niet relevant was voor de situatie per 30 november 2011 en dat de medicatie die later werd voorgeschreven toen nog niet werd gebruikt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij ook het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de ZW-uitkering per 30 november 2011 bevestigd.