ECLI:NL:CRVB:2014:2279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor extra stookkosten wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor vergoeding van extra stookkosten, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen omdat deze kosten niet medisch noodzakelijk zijn. Het medisch advies van 23 mei 2012, uitgebracht door een arts van de GGD Rotterdam-Rijnmond, concludeerde dat extra stoken niet geïndiceerd was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand vanwege het zorgvuldige medisch advies. Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat het advies onzorgvuldig was en een te strenge maatstaf hanteerde. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat het advies zorgvuldig tot stand kwam, mede omdat appellant niet voldeed aan de in het protocol gestelde criteria voor medische noodzaak.
Daarnaast oordeelde de Raad dat appellant voldoende gelegenheid had gekregen om te reageren en dat de bestuurlijke lus niet toegepast hoefde te worden. Wel werd het college veroordeeld tot een hogere proceskostenvergoeding aan appellant, waarbij de rechtbank een half punt voor een schriftelijke zienswijze had moeten toekennen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor extra stookkosten is terecht afgewezen wegens ontbreken van medische noodzaak.