ECLI:NL:CRVB:2014:2292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- E.W. Akkerman
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verrekening nabestaandenuitkering zonder wettelijke grondslag
Appellante ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd toegekend. De Svb verrekende deze uitkering met eerder betaalde bijstand van het Samenwerkingsverband, gebaseerd op een vermeend derdenbeslag. Appellante maakte bezwaar tegen deze verrekening, dat door de Svb werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat de verrekening was gebaseerd op een executoriaal beslag en dat de Svb geen onderzoek hoefde te doen naar de feitelijke grondslag. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat geen wettelijke grondslag bestond voor de verrekening en dat zij geen machtiging had gegeven.
De Raad oordeelt dat de verrekening niet steunde op het vermeende derdenbeslag, waarvoor geen bewijs bestaat. Bovendien bestond ten tijde van het besluit geen terugvorderingsbesluit dat de vordering van het Samenwerkingsverband vaststelde. De Svb had daarom niet tot verrekening mogen overgaan. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. De Svb wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot verrekening van de nabestaandenuitkering wordt vernietigd en de Svb wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.