ECLI:NL:CRVB:2014:2320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek verzekeringsarts
Appellant, voormalig productiemedewerker, meldde zich ziek met rug- en aambeienklachten. Het UWV beëindigde het recht op ziekengeld per 16 april 2012, omdat appellant volgens medisch onderzoek geschikt werd geacht voor de functie van snackbereider. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing, stellende dat zijn fysieke en psychische beperkingen waren onderschat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant arbeidsgeschikt was voor een van de geduide functies. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar leverde geen nieuwe medische gegevens aan die een ander oordeel rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht uitging van de medische geschiktheid van appellant voor de functie snackbereider en dat het onderzoek door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was. Het ontbreken van aanvullende medische informatie was te wijten aan appellant zelf. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en beëindiging recht op ziekengeld bevestigd.