ECLI:NL:CRVB:2010:BN8717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld wegens onvoldoende ongeschiktheid voor arbeid als administratief medewerkster
Appellante, die sinds 1997 een WAO-uitkering ontving wegens postwhiplash klachten, werd in 2003 geschikt geacht voor arbeid als vertegenwoordigster en kreeg een werkloosheidsuitkering. Na een kortdurende arbeidsovereenkomst als administratief medewerkster in 2004, meldde zij zich in juni 2007 ziek. Het UWV verklaarde haar geen recht op ziekengeld toe omdat zij niet ongeschikt werd geacht voor haar werk als administratief medewerkster.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze oordeelde dat het UWV ten onrechte niet het laatstelijk verrichte werk als maatstaf arbeid hanteerde, maar de functie van vertegenwoordigster. Het besluit van maart 2010 werd daarom vernietigd.
Desondanks liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts geen medische aanwijzingen vonden voor ongeschiktheid en lijdensdruk. Het door appellante overgelegde neuropsychologisch rapport gaf geen reden om aan deze conclusies te twijfelen. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.