ECLI:NL:CRVB:2014:2363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn bij bijzondere bijstand
Appellanten vroegen bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdrage in advocaatkosten, welke aanvraag op 31 oktober 2011 werd afgewezen. Tegen dit besluit maakten zij bezwaar met een bezwaarschrift dat op 9 december 2011 werd verzonden via een koerier, maar pas op 13 december 2011 door het college werd ontvangen. De bezwaartermijn liep tot en met 12 december 2011.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat verzending per koeriersdienst niet gelijkgesteld kan worden aan post en dat het bezwaarschrift pas na de termijn was ontvangen. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat het bezwaarschrift eerder was ontvangen.
Ook was er geen sprake van omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen. De keuze van appellanten om het bezwaarschrift laat en via koerier te verzenden zonder ontvangstbewijs was voor eigen rekening. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.