ECLI:NL:CRVB:2014:2403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van bezwaarschriften wegens termijnoverschrijding bij WAO-uitkeringen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen twee besluiten van het UWV waarin zijn WAO-uitkering werd herzien. De bezwaarschriften werden echter te laat ingediend. Het UWV verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding en eerdere beslissing op bezwaar.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. In hoger beroep handhaafde het UWV dit standpunt en benadrukte dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant zelf verantwoordelijk is voor tijdige indiening van bezwaarschriften. Medische omstandigheden van appellant boden geen grond voor verschoonbaarheid, mede omdat zijn echtgenote zijn belangen had kunnen behartigen.
Ook werd bevestigd dat het bezwaar tegen het besluit van 23 maart 2005 terecht niet-ontvankelijk werd verklaard omdat reeds eerder bezwaar was gemaakt en daarop was beslist.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en eerdere bezwaarafhandeling.