ECLI:NL:CRVB:2014:246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid ondanks ziekte en re-integratie
Appellante was sinds 2002 werkzaam bij het ministerie van VWS en kampte vanaf 2005 met reumatoïde artritis, wat leidde tot langdurig ziekteverzuim en aanpassingen in haar functie. Ondanks medische beperkingen kon zij haar werk hervatten met aangepaste taken en begeleiding. Haar functioneren bleef echter achter op het gebied van werktempo, zelfstandigheid en nauwkeurigheid.
Na meerdere functioneringsgesprekken en een laatste kans traject waarin appellante onvoldoende verbetering toonde, besloot de minister haar te ontslaan wegens het ontbreken van de juiste eigenschappen en mentaliteit voor de functie. Het intrekkingsbesluit van een eerdere aanwijzing als fase 2-kandidaat werd gehandhaafd omdat appellante niet meer in dienst was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de minister terecht het ontslagbesluit nam op grond van concrete gedragingen en dat de medische beperkingen geen belemmering vormden voor de ontslaggrond. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit bevestigd.