Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2014:2491

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 juli 2014
Publicatiedatum
23 juli 2014
Zaaknummer
13-2408 AWBZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag computer als AWBZ-zorg bevestigd door Centrale Raad van Beroep

Appellant, vertegenwoordigd door zijn moeder, had bij het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) een aanvraag ingediend om op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) in aanmerking te komen voor een computer. Deze aanvraag werd door CIZ op 22 juni 2012 afgewezen en na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 13 juli 2012.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de zitting op 1 mei 2014 was appellant vertegenwoordigd door zijn advocaat, terwijl CIZ niet verscheen.

De Raad overwoog dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de verstrekking van een computer niet als AWBZ-zorg kan worden aangemerkt. Appellant bracht geen nieuwe gronden aan om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Tevens werd het verzoek tot vergoeding van schade afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een computer als AWBZ-zorg en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

13/2408 AWBZ
Datum uitspraak: 23 juli 2014
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 maart 2013, 12/4234 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
Centrum indicatiestelling zorg (CIZ)
PROCESVERLOOP
Namens appellant, geboren op 16 mei 1999 en wettelijk vertegenwoordigd door zijn moeder, [naam moeder], heeft mr. E.C. Cerezo-Weijsenfeld, advocaat, hoger beroep ingesteld.
CIZ heeft een verweerschrift ingediend.
Namens appellant is een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 mei 2014. Namens appellant is verschenen mr. J.H. Kruseman, advocaat. CIZ is, met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.
Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
1.1.
Bij besluit van 22 juni 2012 heeft CIZ de aanvraag van appellant om op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) in aanmerking te komen voor een computer afgewezen.
1.2.
Na bezwaar heeft CIZ deze afwijzing gehandhaafd bij besluit van 13 juli 2012 (bestreden besluit).
2.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3.
Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4.
De Raad overweegt het volgende.
4.1.
De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat CIZ zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de verstrekking van een computer in het onderhavige geval niet is aan te merken als AWBZ-zorg. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en verenigt zich met het op grond daarvan door de rechtbank gegeven oordeel.
4.2.
Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden naar voren gebracht en/of gemotiveerd waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Het hoger beroep slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Gelet hierop is veroordeling tot vergoeding van schade niet mogelijk, zodat dit verzoek wordt afgewezen.
5.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en D.S. de Vries en B.J. van der Net als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2014.
(getekend) J. Brand
(getekend) E. Heemsbergen

HD