ECLI:NL:CRVB:2014:2523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning WAO-uitkering wegens geen toename arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig productiemedewerker, meldde zich in 2002 ziek met hoofdpijn en depressieve klachten en kreeg vanaf 2003 een WAO-uitkering. Deze uitkering werd in 2006 ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Appellant stelde in 2011 dat zijn psychische klachten waren toegenomen, gesteund door rapporten van zijn psychiater en een neuropsycholoog.
Het UWV voerde medische onderzoeken uit in 2012 waaruit bleek dat de belastbaarheid van appellant niet was afgenomen sinds 2006. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen toename van beperkingen was en dat de diagnose grotendeels onveranderd was gebleven. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de medische motivering van het UWV deugdelijke gronden bood om de weigering van de WAO-uitkering te handhaven. De Raad achtte de rapporten van de psychiater en neuropsycholoog onvoldoende om tot een andere belastbaarheid te komen en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen; weigering WAO-uitkering blijft gehandhaafd wegens geen toename arbeidsongeschiktheid.