ECLI:NL:CRVB:2014:2537
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening van periodieke uitkering op grond van Wuv
Appellante, erkend als vervolgde onder de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om herziening van de grondslag van haar periodieke uitkering. Dit verzoek betrof het terugkomen op een eerder onherroepelijk besluit van 7 december 1988 waarin haar uitkering was vastgesteld op het wettelijke minimum, mede omdat zij als huisvrouw zonder eigen inkomen werd beschouwd.
De Raad oordeelde dat het verzoek kwalificeert als een herzieningsverzoek op grond van artikel 61, tweede lid, Wuv, waarbij alleen nieuwe feiten of omstandigheden aanleiding kunnen geven tot herziening. Appellante bracht geen nieuwe feiten aan; haar werkhervatting na zwangerschapsverlof was reeds bekend bij het eerdere besluit, en het ontslag in 1987 was het gevolg van bezuinigingen, niet van causale redenen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 juli 2014.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot afwijzing van haar verzoek tot herziening van de grondslag van haar periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard.