ECLI:NL:CRVB:1987:AK7528
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt intrekking uitkering wegens huwelijk en kostwinnerschap
Klaagster ontving sinds 1970 een periodieke uitkering als vervolgingsslachtoffer. Na haar huwelijk met Y. in mei 1982 werd haar uitkering ingetrokken omdat zij niet als kostwinner kon worden aangemerkt volgens art. 7 lid 4 en Pro art. 34 lid 2 van Pro de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Klaagster voerde aan dat het artikel discriminerend was en dat de financiële verplichtingen van haar echtgenoot niet waren meegewogen.
De Raad erkent dat het onderscheid tussen gehuwde mannen en vrouwen in de wetgeving een directe discriminatie op grond van geslacht inhoudt en strijdig is met art. 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). Echter, omdat de intrekking dateert van vóór de uitvoeringstermijn van de EG-richtlijn voor gelijke behandeling, wordt het beroep ongegrond verklaard.
De Raad oordeelt tevens dat klaagster ten tijde van haar huwelijk met Y. niet als kostwinner kan worden aangemerkt, omdat het gezinsinkomen voornamelijk van haar echtgenoot kwam, ondanks diens alimentatieverplichtingen. Hierdoor was de intrekking van de uitkering terecht volgens de geldende wetgeving.
Uitkomst: Het beroep van klaagster wordt ongegrond verklaard en de intrekking van haar uitkering bevestigd.