ECLI:NL:CRVB:2014:2553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens overschrijding vermogensgrens ondanks schuld aan familielid
Appellant diende een aanvraag bijstand in die door het college werd afgewezen omdat zijn vermogen de toegestane grens overschreed. Appellant stelde dat een schuld van €14.000 aan zijn vader in mindering gebracht moest worden op zijn vermogen, omdat er een terugbetalingsverplichting bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de schuld aan de vader, hoewel ondersteund door verklaringen, een vrijblijvende lening betrof zonder concrete aflossingsverplichtingen en dat appellant tot de datum van de aanvraag geen aflossingen had gedaan.
De Raad stelde dat de lening geen daadwerkelijke verplichting tot terugbetaling inhield en dat het college de schuld terecht buiten beschouwing had gelaten bij de vermogensvaststelling. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd.