ECLI:NL:CRVB:2012:BW6792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Korting op bijstandsuitkering gegrond wegens ontbreken reële terugbetalingsverplichting familieleningen
Betrokkene ontving bijstand tot 2005 en daarna bijstand voor een eenoudergezin met toeslag. Na het intrekken van de bijstand wegens het niet melden van een buitenlandse bankrekening, diende zij opnieuw aanvragen in die werden afgewezen vanwege niet gemeld vermogen. Betrokkene kreeg later bijstand toegekend vanaf november 2008.
Betrokkene ontving geld van familieleden dat volgens verklaringen leningen zouden zijn, maar zonder concrete terugbetalingsverplichting. De gemeente stelde daarom een korting van €17.305,09 op haar uitkering vast. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde de korting, omdat zij aannemelijk achtte dat het om leningen ging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de verklaringen geen concrete terugbetalingsverplichting bevatten en dat betrokkene niet had voldaan aan de terugbetalingsafspraken. Ook had zij niet vermeld dat zij schulden had bij haar familie. Hierdoor was sprake van middelen die in aanmerking genomen mochten worden voor de bijstand, en was de korting terecht.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De korting van €17.305,09 op de bijstandsuitkering wordt gehandhaafd wegens het ontbreken van een reële terugbetalingsverplichting van de familieleningen.