ECLI:NL:CRVB:2014:2561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.M. Overbeeke
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet aannemelijke kasstortingen
Appellant ontvangt sinds 1997 bijstand en diende een aanvraag in voor een overbruggingsuitkering alleenstaande ouder. Bij onderzoek naar onregelmatigheden in bankafschriften heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de bijstand over meerdere maanden herzien en teruggevorderd wegens niet opgegeven kasstortingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep heeft appellant betoogd dat de kasstortingen uit eigen middelen afkomstig waren, onder meer door het schuiven van geld tussen eigen rekeningen en een betaling van de ex-partner. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende objectief en verifieerbaar bewijs heeft geleverd om dit aannemelijk te maken.
De Raad stelt vast dat de kasstortingen niet logisch verklaard kunnen worden door contante opnames en dat de door appellant overgelegde overzichten niet verifieerbaar zijn. Ook de verklaring over een betaling van de ex-partner wordt niet aannemelijk geacht.
Door het niet nakomen van de inlichtingenverplichting en het ontbreken van een duidelijke herkomst van de stortingen, is het recht op bijstand in de betreffende maanden niet vast te stellen. De Raad bevestigt daarom het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.