ECLI:NL:CRVB:2014:2579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensbeginsel faalt bij buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet 2007
Appellant, woonachtig in Spanje, ontving een WAO-uitkering en later een AOW-uitkering waarop de buitenlandbijdrage Zvw van toepassing is. ZN stelde de buitenlandbijdrage 2007 vast en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. Appellant stelde dat zijn werkgever de buitenlandbijdrage stopzette op basis van onjuiste informatie van ZN, waardoor hij onnodig particuliere verzekeringskosten maakte.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen bewijs leverde dat ZN de werkgever onjuist had geïnformeerd en verwierp het beroep. In hoger beroep beriep appellant zich op het vertrouwensbeginsel en overhandigde een e-mail van de werkgever die onzekerheid over verdragsgerechtigdheid uitte, maar ook aangaf dat de buitenlandbijdrage nog verschuldigd bleef.
De Raad overwoog dat een beroep op het vertrouwensbeginsel alleen slaagt bij een duidelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging van een bevoegd orgaan. De e-mail toonde juist onzekerheid en bevestigde dat de buitenlandbijdrage later rechtstreeks aan appellant zou worden opgelegd. Daarom faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.