ECLI:NL:CRVB:2019:3209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid volledige arbeidsongeschiktheid werknemer volgens Wet WIA
De zaak betreft hoger beroepen van appellante tegen besluiten van het UWV over de mate van arbeidsongeschiktheid van een werknemer die sinds september 2013 ziekgemeld is met nek-, arm- en later psychische klachten. Het UWV kende de werknemer een loongerelateerde WGA-uitkering toe wegens 100% arbeidsongeschiktheid, maar stelde dat deze niet duurzaam was.
De rechtbank vernietigde het eerste besluit van het UWV omdat de duurzaamheid onvoldoende was vastgesteld, maar verklaarde het tweede besluit terecht ongewijzigd. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken en oordeelt dat het UWV zorgvuldig en inzichtelijk onderzoek heeft verricht, waarbij verzekeringsartsen hebben onderbouwd dat er sprake is van een samenhang tussen lichamelijke en psychische klachten en dat verbetering mogelijk is bij adequate behandeling.
Appellante stelde dat een afzonderlijke beoordeling van duurzame lichamelijke beperkingen had moeten plaatsvinden, maar dit werd verworpen vanwege de complexiteit en verwevenheid van klachten en het ontbreken van volwaardige diagnostiek door het niet starten van behandelingen. De Raad concludeert dat de volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is en bevestigt de eerdere uitspraken zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van werknemer niet duurzaam is en wijst de hoger beroepen van appellante af.