Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
van het besluit van 27 december 2011;
in totaal € 156,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2003 een WAO-uitkering en toeslag. Na een anonieme tip trof de politie in december 2009 een hennepkwekerij aan in zijn woning, waarna het UWV besloot de uitkering over de periode 7 oktober tot 15 december 2009 stop te zetten en terug te vorderen wegens vermeende inkomsten uit een oogst.
Appellant betwistte dat er een oogst was geweest en stelde dat de hennepkwekerij pas na 27 november 2009 was opgebouwd met tweedehands apparatuur. Hij voerde aan dat het UWV en de rechtbank zich hadden gebaseerd op een ondeugdelijk proces-verbaal en onvoldoende bewijs.
De Raad oordeelde dat het UWV naliet te onderzoeken hoe lang de kwekerij in bedrijf was en of er daadwerkelijk een oogst was geweest. Hierdoor kon het UWV niet aannemelijk maken dat appellant inkomsten had genoten. Het besluit was daardoor in strijd met de Awb en onvoldoende gemotiveerd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de eerdere besluiten van het UWV, waardoor de terugvordering verviel. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV-besluit tot terugvordering van WAO-uitkering wordt vernietigd.