ECLI:NL:CRVB:2014:2601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- J.J.T. van den Corput
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant ontving sinds 26 februari 2001 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2010 heeft het UWV vastgesteld dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is en heeft het de uitkering per 29 december 2010 beëindigd. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank Arnhem heeft het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was verricht en dat zijn beperkingen werden onderschat. Tevens stelde hij dat de belastbaarheid in de geduide functies werd overschreden en dat het maatmaninkomen te laag was vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze gronden een herhaling zijn van eerdere bezwaren die reeds gemotiveerd zijn besproken door de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een ander oordeel.
De Raad stelt vast dat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd die twijfel aan de beoordeling door de verzekeringsartsen rechtvaardigen. Het UWV heeft de maatmanomvang, het maatmanloon en de mate van arbeidsongeschiktheid op juiste wijze vastgesteld. De berekeningen van appellant zijn onjuist omdat hij verkeerde indexcijfers gebruikte. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.