Uitspraak
OVERWEGINGEN
4.1. Appellant heeft aangevoerd dat geen sprake is geweest van handelsactiviteiten, aangezien hij de auto’s heeft gekocht voor eigen gebruik of om de onderdelen te gebruiken voor de auto waarin hij op dat moment reed. Ter zitting heeft appellant nader toegelicht dat hij, op het advies van de behandelend psychiater om een vrije tijdsbesteding te zoeken, het opknappen van auto’s als hobby heeft opgepakt. Om deze hobby te kunnen uitoefenen kocht appellant oude auto’s. Hij knapte het interieur en de buitenkant van die auto's op, terwijl hij voor de technische kant tegen betaling een kennis inschakelde. Auto’s die te slecht waren om in te rijden, verkocht appellant weer, of hij bracht deze naar de sloop. Het betrof oude auto’s met een dagwaarde van beneden de € 400,- die bij verkoop nagenoeg niets meer opleverden. Appellant heeft uiteindelijk alleen maar verlies geleden, aangezien hij voor het opknappen van de auto’s ook leningen heeft afgesloten. Volgens appellant was sprake van een uit de hand gelopen hobby.
4.8. Het beroep van appellant op bijzondere omstandigheden leidt er niet toe dat het college daarin aanleiding had moeten zien om van zijn beleidsregels af te wijken en af te zien van intrekking van het recht op bijstand en van terugvordering van de ten onrechte ontvangen bedragen aan (bijzondere) bijstand en langdurigheidstoeslag. Uit de door appellant overgelegde stukken blijkt weliswaar van een toename van de bij hem reeds lang bestaande psychische klachten, maar uit die stukken blijkt tevens dat het daarmee verband houdende medicijngebruik al in het najaar van 2011 toenam, derhalve ruim voor het verhoor door de sociale recherche. Dat de toename van de psychische klachten moet worden toegeschreven aan de bestreden besluitvorming, vindt dan ook geen steun in de overgelegde stukken.
BESLISSING